[...] De aanduiding ''Zonder titel'' is bij Eric Vandamme geen iconoclastische afwijzing van de verhalende voorstelling, maar handelt precies over het probleem van de inhoudelijke interpretatie van figuratieve voorstellingen. Vandamme beseft ten volle de ambiguïteit, het tweesnijdende aspect van een titel: enerzijds stelt een titel de kijker in staat de voorstelling te lezen, zet het hem op een spoor, anderzijds, zet het hem vaak op het verkeerde spoor en vooral: het sluit elke andere interpretatiemogelijk uit. Een titel nodigt de kijker dus wel uit, maar tegelijk weerhoudt het hem ervan om verder, dieper te kijken. En laat het nu zo zijn dat Vandamme in zijn werk verder en dieper wil kijken, het kijk- en interpretatiegedrag, zowel het zijne als dat van de toeschouwer, wil thematiseren, dat hij precies de vraag wil stellen wat we nu eigenlijk zien wanneer we waarnemen. In die zin is de ontwrichte, gedesoriënteerde blik een hoofdmotief in zijn oeuvre. Het zou bijgevolg een vergissing zijn om door middel van verklarende, oriënterende titels deze vervreemding en desoriëntatie van het kijken, die tot de kern van Vandammes artistieke boodschap behoort, teniet te doen. In die zin is ''Zonder titel'' bij Vandamme een bewuste, overwogen afwijzing van elke talige explicatie. [...] [...] Vandamme heeft in de afgelopen jaren op zijn eigen onvervreemdbare wijze consequent, geduldig en volhardend en heel integer ''optisch'' gefocust op de zichtbare wereld. Door middel van zijn intense blik heeft hij de waargenomen werkelijkheid ontleed en doorsneden, gedissecteerd en tot op het bot afgeschraapt. Hij heeft gefocust op alledaagse dingen en ze vervolgens gereduceerd tot stilzwijgende, anonieme objecten. De homp brood op de tafel, de druppel melk die in de schaal valt, twee alledaagse motieven die zich slechts tonen in zijn werk als vreemde objecten in een buitenaards landschap. Laat mij beschrijven hoe dit reductieproces in zijn werk gaat. De dingen die hij waarneemt, heeft hij in eerste instantie herleid tot een elementaire basisvorm en een repetitief patroon, heeft hij ontdaan van de toevallige en overbodige details en gekadreerd in een nieuwe ordening. De elementaire basisvormen verschijnen in zijn werk vervolgens als objecten van een niet nader te identificeren materie, beroofd als ze zijn van hun kenmerkende textuur en stofuitdrukking. Deze textuurloze objecten zijn bovendien hun gewicht en zwaarte ontnomen en tonen zich enkel als ijle en lege omhulsels. Deze ijle omhulsels hebben uiteindelijk ook hun stoffelijke vorm verloren en verschijnen slechts als immateriële substanties van licht en schaduw. In het werk van Vandamme zijn de dingen tot haast niets herleid. In het werk van Vandamme hebben vorm en volume alleen bestaansrecht bij de gratie van de modellerende werking van het schuin invallende licht. [...] [...] Bovendien heeft Vandamme de waargenomen werkelijkheid uit zijn reële context losgerukt en verplaatst naar een onwerkelijke, referentieloze omgeving. Deze omgeving desoriënteert door de afwezigheid van schaal en door het ongewone standpunt van waaruit we kijken. De lezing van de voorstelling is tegensprekelijk. Zijn de motieven monumentaal of zijn ze net minuscuul? Bij het kijken naar Vandammes werken ontstaat er een vreemd spanningsveld tussen het ontzag voor het grote en de curiositeit voor het kleine, tussen amplificatie en reductie, tussen de telescopische en microscopische blik, tussen de atomaire wereld van de kwantummechanica en de kosmische meteoren van het heelal, tussen DNA-strengen en zwarte gaten, tussen cellen en planeten. Microkosmos en macrokosmos vinden elkaar in de leegte, zo vervreemdend voor de mens die op zijn schaal en vanuit zijn ooghoogte de wereld voortdurend ervaart als gevuld en overladen, gewichtig en vol. De tentoonstelling ''Zonder titel'' had net zo goed WHOLE/HOLE kunnen heten, vol en hol, het alomvattende geheel en de onnoembare leegte, de heling en de wonde. Vandamme is net zo veel Einstein dan dat hij Jongens en Wetenschap is. Vandamme is de eigenzinnige opticus, die met een afstandelijke blik en toenemende precisie zijn vreemde observaties verricht en die door zijn eigen ''camera obscura'' het licht laat schijnen. Eric Vandamme wil op de eerste plaats Eric zijn, en misschien ook, een klein beetje, zijn naamgenoot van het kleine insectenboek, die met een open maar gefocuste blik op zoek gaat naar wat er achter de schermen van de zichtbare wereld te observeren valt. (Chris Mees, kunsthistoricus, Amarant)